Gezondheidscontrole
Een jaarlijkse gezondheidscontrole bij katten is heel gebruikelijk. Een jaar is immers een behoorlijke periode in een kattenleven en in die tijd kan er veel veranderen. Bij deze controle worden oren, huid, ogen, gebit, de belangrijkste lymfeknopen en uitwendige geslachtsorganen nagekeken. Hart en longen worden beluisterd, de kat wordt gewogen en de voedingstoestand van de kat wordt beoordeeld. Aan de hand van de bevindingen krijgt u advies over voeding, verzorging en gedrag. Natuurlijk is er ook gelegenheid om vragen te stellen.
Aan het eind van het bezoek bespreken we de noodzakelijke wormen- en parasietenbestrijding. Ook overleggen we welke vaccinaties zinvol zijn voor het komende jaar in verband met de gezondheid van de kat eventueel bezoek aan buitenland, pension, tentoonstellingen en dergelijke.
Vaccineren
Ziekten als kattenziekte en niesziekte komen in Nederland nog maar zelden voor. Daardoor vergeten we bijna dat ze vroeger veel leed veroorzaakten. Die tijd is gelukkig voorbij, maar nog steeds is het belangrijk dat bijna alle katten worden gevaccineerd. Een hoog percentage is belangrijk om de infectieziekten buiten de deur te houden. Als er namelijk veel ongevaccineerde katten zijn, kunnen ronddwalende ziektekiemen vatbare katten besmetten. Alleen als een infectieziekte wereldwijd is uitgeroeid, vervalt de noodzaak van vaccinatie.
Vaccineren helpt het immuunsysteem van de kat. Het zorgt ervoor dat het lichaam op gecontroleerde wijze antistoffen en afweercellen aanmaakt tegen de ziekmakers. Het lichaam doet dat ook als een kat de echte ziekte krijgt, maar de risico´s zijn dan veel groter. Bij zo’n natuurlijk opgelopen besmetting is het afwachten hoe ernstig de infectie is en welke gevolgen die zal hebben. Kattenziekte kan dodelijk zijn en niesziekte kan chronisch worden en complicaties als longontsteking geven. Jonge dieren krijgen bij de geboorte afweerstoffen mee van de moeder, die hen beschermen gedurende de eerste weken van hun leven. Nadien dient het door vaccinatie zelf zijn afweer op te bouwen. Hiervoor zijn meestal meerder inentingen nodig. Voor enkele ziekten zijn vaccinaties mogelijk en voor elke vaccinatie bestaat een ideale leeftijd, waarover wij u hierbij informeren.
Ziekten waartegen geënt kan worden:
- Katteziekte (panleucopenie):
Katteziekte is een virale enteritis, d.w.z. een maagdarmontsteking, veroorzaakt door een virus. Na een incubatietijd van 4 tot 10 dagen treden de volgende symptomen op: braken (geel-groen), ernstige diarree, verlies van eetlust, koorts, dorst en buikpijn, waarna de kat overlijdt.
- Niesziekte:
Niesziekte is een verzamelnaam voor een aantal ziekten van de ademhalingswegen. De ziektes worden veroorzaakt door virussen en zijn zeer besmettelijk. Het aangetaste dier heeft koorst, niest en hoest, vertoont afscheiding uit ogen en neus en soms ontstaan blaren op de tong (tongblaar).
- Chlamydia:
Een Chlamydia-infectie is ook een luchtweginfectie, dat gepaard gaat met niezen, koorts, een verminderde eetlust en neus- en ooguitvloeiing. Vaak ontstaan zweren in de mond of op de tong. De secundaire bacteriéle infecties die volgen kunnen fataal zijn.
|