Maden
Als in de loop van het voorjaar de temperatuur en de luchtvochtigheid stijgt zien we de beruchte blauw-groene stalvliegen weer. Ze ruimen uitwerpselen op van katten, honden, kippen enz. Ook zoeken ze andere dieren zoals schapen, kippen en konijnen op met vieze achterwerken of zieke en gewonde dieren ongeacht soort. Vooral schapen en konijnen zijn gevoelig voor deze infectie, maar ieder gewond dier kan met name in de zomermaanden met deze complicatie te maken krijgen.
De geur van ontlasting en ontsteking trekt de groene vliegen aan waardoor deze eitjes gaan leggen op de poep of op de huid die ontstoken is. Binnen 1 tot 3 dagen ontstaan uit deze eitjes maden. Deze maden kruipen onder de huid en eten het dier als het ware op van binnen uit. Dit is een zeer pijnlijke aandoening voor het dier!
Als het in het najaar kouder wordt stopt de levenscyclus van de Lucilla sericata. De larven overwinteren in de grond en komen weer tot ontwikkeling als in het voorjaar de temperatuur en de vochtigheid gunstiger worden. Volwassen vrouwelijke vliegen kunnen overal op een schaap of lam eieren leggen. Onder gunstige omstandigheden (goede vochtigheidsgraad van de wol, voldoende wollengte en een geschikte temperatuur) kunnen de eitjes zich binnen één dag ontwikkelen tot larven. Deze larven zijn lichtschuw en zoeken zich een weg naar de huid waar ze zich met huidvocht voeden.
Daar vervellen de larven twee maal en na de eerste vervelling krijgen ze bijtende monddelen waarmee ze zich door de huid van het schaap heen kunnen vreten. Uit de wonden komt wondvocht vrij, dat op zich weer vliegen aantrekt die hun eieren opnieuw in de omgeving afzetten. Zo komt het dier in een vicieuze cirkel die lastig te doorbreken is.
De larven die uitgroeien vallen op de grond en verpoppen zich daar. Uit deze poppen komen weer vliegen waarmee de cyclus rond is.

De levenscyclus van de groene vleesvlieg (tekening: Henk Vrieselaar)
Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen per jaar zes tot zeven cycli worden rondgezet. Wanneer veel maden zich bij het dier naar binnen vreten kan het uiteindelijk sterven als gevolg van shock, infectie of vergiftiging door producten die bij de weefselafbraak ontstaan.
Om madenziekte te voorkomen moet je goed op de hygiëne letten. Controleer dagelijks of er geen ontlasting of urine aan de vacht van het zieke dier geplakt zit. Als er veel vliegen in de buurt zijn kun je de leefruimte van het dier afschermen met horrengaas, zodat de vliegen niet in de buurt kunnen komen.
Als er maden zijn moeten ze stuk voor stuk verwijderd worden. Dit gaat het gemakkelijkst met een pincet. Als er wonden zijn moeten die door de dierenarts behandeld worden. Let er goed op wat een mogelijke oorzaak kon zijn: ontlasting die rond de anus plakt of een huidprobleem. Kijk uit dat er ook geen andere dieren (konijnen!!) worden besmet.
|